HEMA-conflict over e-commerce

24/07/2018

Winkelketen HEMA ligt al een tijd overhoop met haar franchisenemers. In een conflict over de verdeling van de investeringen en opbrengsten van de over e-commerce activiteiten oordeelde de rechtbank grotendeels in het voordeel van de franchisenemers.

Het contract waarin de samenwerking tussen HEMA en haar franchisenemers is geregeld, stamt nog uit 1997, toen de retail het woord e-commerce nog moest uitvinden. Afspraken omtrent e-commerce ontbraken – overigens net als bij veel andere franchiseformules – in de verouderde franchiseovereenkomst. Toen de verkoop via internet begon te groeien, kwam de omzet van de fysieke winkels onder druk te staan. Om franchisenemers te compenseren, is afgesproken dat zij deelden in een deel van de online omzet in hun postcodegebied. Voorts is afgesproken dat de fee-afspraken niet van toepassing zijn op de ‘e-commerce afspraken’.  Deze afspraken zijn in 2005 vastgelegd in een zogeheten E-commerce addendum, als aanvulling op de bestaande franchiseovereenkomsten.

Tussen HEMA en haar franchisenemers is op enig moment discussie ontstaan over de verdeling van kosten en opbrengsten van de e-commerce activiteiten.

In het najaar van 2015 sloten het warenhuis en de franchisenemers een vaststellingsovereenkomst. In deze vaststellingsovereenkomst is expliciet opgenomen dat het E-commerce addendum haar gelding blijft behouden. Ook is afgesproken dat  de afrekening, met betrekking tot de door de franchisenemers verschuldigde vergoeding voor de E-commerce activiteiten, plaats zal vinden op basis van een nog vast te stellen normenkader.  Daarnaast zouden de afspraken omtrent e-commerce geëvalueerd worden.

Tussen HEMA en de franchisenemers is verschil van mening ontstaan over de vraag of in de vaststellingsovereenkomst andere afspraken over E-commerce zijn gemaakt als gevolg waarvan  het E-commerce addendum niet meer gold. Dit was niet zo, volgens de rechter. Het komt daarbij aan op de uitleg die aan de afspraken in de vaststellingsovereenkomst gegeven moet worden. De rechter past de zogenaamde Haviltex-maatstaf toe. Het gaat bij de uitleg dan niet alleen om de tekst maar ook om de “zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepalingen van de overeenkomst mochten toekennen en naar hetgeen zij over en weer redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten”. Op basis daarvan concludeert de rechter dat het E-commerce addendum nog geldt.  

De zaak met de HEMA trok veel belangstelling, maar conflicten over e-commerce binnen franchise komen meer voor. Veel franchisecontracten stammen, net als de HEMA-overeenkomsten, uit het pre-internettijdperk en bevatten dus geen afspraken over verdeling van kosten en baten van e-commerce. Dergelijke afspraken kunnen in addenda en/of aanvullende overeenkomsten worden vastgelegd, maar de zaak-HEMA toont aan dat zorgvuldigheid en duidelijkheid over de criteria en uitgangspunten van groot belang zijn.

Wilt u goede afspraken maken over e-commerce met uw franchisenemers? Neem dan contact met ons op!

  • L.M.F. (Linda) Relouw
Geen feest voor de franchisenemer
13/08/2018 - Een franchisenemer heeft honderd mensen uitgenodigd voor de opening van zijn zorgboerderij. Maar hij moet ze allemaal weer afbellen,... Meer
HEMA-conflict over e-commerce
24/07/2018 - Winkelketen HEMA ligt al een tijd overhoop met haar franchisenemers. In een conflict over de verdeling van de investeringen en... Meer
Slanke klanten, magere omzet
27/03/2018 - Een teleurgestelde franchisenemer stopt met de afdracht van de franchise fee. De franchisegever zou een misleidende omzetprognose... Meer
Cadeaubonnen binnen franchise
20/12/2017 - De cadeaubon is populair, in ieder geval bij werkgevers. Zij geven hun personeel steeds vaker een bon als kerstpakket, schrijft het... Meer